Uittreksel van Gemeenteraad Linkebeek , zitting van 15 december 2025, 19:00
Datum publicatie: 22 december 2025
Openbare behandeling van agendapunt
9. Financiën – Belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen – 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 (gepland)
Aanwezigen bij agendapunt
Aanwezige leden
- Gaëlle Cordier (Gemeenteraadslid)
- Benjamin Daro (Gemeenteraadslid)
- Yves Ghequiere (Gemeenteraadslid)
- Antoinette Godin (Gemeenteraadslid)
- Arlette Goossens (Gemeenteraadslid)
- Joëlle Grimmeau (Gemeenteraadslid)
- Charlotte Houset (Gemeenteraadslid)
- Roel Leemans (Gemeenteraadslid)
- Cédric Letier (Gemeenteraadslid)
- Pascale Luyckfasseel (Gemeenteraadslid)
- Charlotte Noël (Gemeenteraadslid)
- Leonôr Ramos Tavares da Silva (Gemeenteraadslid)
- Damien Thiéry (Gemeenteraadslid)
- Pierri Vercheval (Gemeenteraadslid)
Afwezige leden
- Anne Bauwens (Gemeenteraadslid)
Stemmingen bij agendapunt
De leden van de raad stemmen openbaar
het voorstel van besluit,
Aanwezigen tijdens de stemming
- Gaëlle Cordier
- Benjamin Daro
- Yves Ghequiere
- Antoinette Godin
- Arlette Goossens
- Joëlle Grimmeau
- Charlotte Houset
- Roel Leemans
- Cédric Letier
- Pascale Luyckfasseel
- Charlotte Noël
- Leonôr Ramos Tavares da Silva
- Damien Thiéry
- Pierri Vercheval
Effectieve stemmers
- Gaëlle Cordier
- Benjamin Daro
- Yves Ghequiere
- Antoinette Godin
- Arlette Goossens
- Joëlle Grimmeau
- Charlotte Houset
- Roel Leemans
- Cédric Letier
- Pascale Luyckfasseel
- Charlotte Noël
- Leonôr Ramos Tavares da Silva
- Damien Thiéry
- Pierri Vercheval
goedgekeurd,, met eenparigheid van stemmen
Financiën – Belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen – 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031
Er wordt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een jaarlijkse directe gemeentebelasting gevestigd op: Kantoren van banken en gelijkgestelde instellingen met voor het publiek toegankelijke lokalen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden; Automatische verdelers van bankbiljetten die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden; Selfbankingtoestellen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
De gemeenteraad,
Juridische context
De gecoördineerde grondwet, meer bepaald artikel 170, §4;
Het decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikelen 40 en 41;
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
De gemeenteraadsbeslissing van 20 december 2021 betreffende de belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen.
Feitelijke context en argumentatie
De aanwezigheid van bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen op het grondgebied van de gemeente brengt een verhoogd veiligheidsrisico met zich mee.
Om de bijkomende lasten voor de politiediensten te compenseren, wordt hiervoor een belasting ingesteld.
Het bestuur analyseerde de huidige tarieven en stelt voor deze te actualiseren.
Beslissing
Artikel 1.
Er wordt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een jaarlijkse directe gemeentebelasting gevestigd op:
Kantoren van banken en gelijkgestelde instellingen met voor het publiek toegankelijke lokalen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden;
Automatische verdelers van bankbiljetten die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden;
Selfbankingtoestellen die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Onder “kantoren van banken en gelijkgestelde instellingen” wordt verstaan: natuurlijke personen of rechtspersonen die, als hoofd- of bijberoep, wisselverrichtingen en/of beheersactiviteiten van fondsen en/of kredieten, in welke vorm dan ook, aanbieden en waar het cliënteel terecht kan voor deze bank- en/of financieringsverrichtingen, ongeacht of het grootste deel van bedoelde verrichtingen al dan niet ter plaatse wordt afgehandeld.
Onder “automatische verdelers van biljetten” wordt verstaan: elk toestel dat op de openbare weg of op eender welke voor het publiek toegankelijke plaats gebruikt kan worden om geld af te halen of om deposito- of spaarverrichtingen uit te voeren.
Onder “selfbanking” wordt verstaan: elk toestel dat op de openbare weg of op eender welke voor het cliënteel toegankelijke plaats gebruikt kan worden om verschillende financiële verrichtingen uit te voeren en om algemene inlichtingen of informatie op te vragen.
Art. 2.
De belasting is verschuldigd:
Voor de kantoren van bank of de gelijkgestelde instelling: door de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wiens naam het kantoor wordt uitgebaat;
Voor de automatische verdeler van biljetten en het selfbankingtoestel: door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de installatie ervan.
BPost geniet van vrijstelling van gemeentebelastingen en kan niet op haar bankautomaten worden belast.
Art. 3.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
€2.000 per kantoor dat ten dienste staat van het cliënteel;
€1.000 per automatische verdeler van biljetten (depositoverrichtingen, geldafhalingen);
€1.000 per ”selfbankingtoestel”.
Deze bedragen worden op 1 januari van elk jaar verhoogd met 3%, afgerond naar de hoger liggende euro, resulterend in een totaalbedrag per kantoor, automatische verdeler of "selfbankingtoestel" vastgesteld als volgt:
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Kantoor dat ten dienste staat van het cliënteel | €2.000 | €2.060 | €2.122 | €2.186 | €2.252 | €2.320 |
Automatische verdeler van biljetten | €1.000 | €1.030 | €1.061 | €1.093 | €1.126 | €1.160 |
"Selfbanking-toestel" | €1.000 | €1.030 | €1.061 | €1.093 | €1.126 | €1.160 |
De belasting is cumulatief en is verschuldigd voor een volledig jaar, ongeacht de datum van opening of sluiting van de instelling of van de plaatsing van het toestel.
Art. 4.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt. Bij het overnemen van de instelling of van de automaat bestemd voor bankverrichtingen is de overnemer eveneens belastingplichtig
Art. 5.
De belastingplichtige ontvangt van de gemeente een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden om uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar, aan de gemeente de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Van de verandering van houder of van de definitieve stopzetting van bedrijvigheid dient binnen de maand aangifte te worden gedaan bij het gemeentebestuur.
Art. 6.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast.
In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art. 7.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9.
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Art. 10.
Huidig reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Het vorige belastingreglement op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen van 20 december 2021 wordt met ingang van diezelfde datum opgeheven.
Art. 11.
Deze beslissing wordt gecommuniceerd aan:
Wie? | Hoe? |
Dienst secretariaat | Uittreksel |
Dienst financiën | Uittreksel |
ABB | Digitaal Loket (+ website) |