Nieuwe pagina: bestuurseenheid.zittingen.zitting.uittreksels.detail.raw

Vlaanderen

publicatie.gelinkt-notuleren.vlaanderen.be Naar de hoofdinhoud

Type document
Uittreksel document

Openbare behandeling van agendapunt

17.  17. Financiën – belasting op de verdeelapparaten van brandstoffen voor de aanslagjaren 2026-2031

Aanwezigen bij agendapunt

Aanwezige leden

  • Staf Braspenning (Gemeenteraadslid)
  • Ann Brosens (Gemeenteraadslid)
  • Mark Bruurs (Gemeenteraadslid)
  • Philip Loots (Gemeenteraadslid)
  • Claudia Manders (Gemeenteraadslid)
  • Bart Mertens (Gemeenteraadslid)
  • Jeroen Raeijmaekers (Gemeenteraadslid)
  • Anja Van Gils (Gemeenteraadslid)
  • Leo Van Tilburg (Gemeenteraadslid)
  • Jef Van de Perre (Gemeenteraadslid)
  • Remco van Tilburg (Gemeenteraadslid)

Stemmingen bij agendapunt

De leden van de raad stemmen openbaar

over het voorstel van besluit

Aanwezigen tijdens de stemming

  • Staf Braspenning
  • Ann Brosens
  • Mark Bruurs
  • Philip Loots
  • Claudia Manders
  • Bart Mertens
  • Jeroen Raeijmaekers
  • Jef Van de Perre
  • Anja Van Gils
  • Remco van Tilburg
  • Leo Van Tilburg

Effectieve stemmers

  • Staf Braspenning
  • Ann Brosens
  • Mark Bruurs
  • Philip Loots
  • Claudia Manders
  • Bart Mertens
  • Jeroen Raeijmaekers
  • Jef Van de Perre
  • Anja Van Gils
  • Remco van Tilburg
  • Leo Van Tilburg

Totaal aantal voorstanders: 6

Totaal aantal tegenstanders: 5

Totaal aantal onthoudingen, blanco of ongeldig: 0

Voorstanders

  • Philip Loots
  • Claudia Manders
  • Bart Mertens
  • Jeroen Raeijmaekers
  • Anja Van Gils
  • Remco van Tilburg

Tegenstanders

  • Staf Braspenning
  • Ann Brosens
  • Mark Bruurs
  • Jef Van de Perre
  • Leo Van Tilburg

Met als gevolg,

goedgekeurd

17. Financiën – belasting op de verdeelapparaten van brandstoffen voor de aanslagjaren 2026-2031

Gelet op de grondwet, inzonderheid artikel 170, §4

Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 40, §3;

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Overwegende dat de uitbating van tankstations bijkomende uitgaven veroorzaken inzake mobiliteit, infrastructuur, wegennet en netheid;

Overwegende dat de aantrekkingskracht van de tankstations zeer aanzienlijk is wat vaak een enorme verkeersdrukte met zich meebrengt;

Overwegende dat dit echter ook leidt tot verkeersonveilige situaties, tot bijkomende kosten van handhaving, tot de overlast voor de omgeving en buurtbewoners, tot negatieve gevolgen voor het leefmilieu, …;

Overwegende dat de uitbating van tankstations een economische activiteit is welke voor de exploitanten redelijkerwijze inkomsten genereren wat derhalve des te meer verantwoordt dat ook zij bijdragen aan de bijkomende kosten welke de uitbating van tankstations veroorzaakt;

Overwegende dat het derhalve redelijk en billijk is om hen een belasting te laten betalen;

Overwegende bovendien dat de gemeente een duurzame ontwikkeling nastreeft en derhalve het gebruik van schone brandstoffen, zijnde brandstoffen die fossiele brandstoffen vervangen als energievoorziening voor het vervoer en kunnen bijdragen aan een koolstofvrije energievoorziening, wenst te ondersteunen;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

Overwegende dat de gemeenteraad het ook nuttig acht zich aanvullende inkomsten te verschaffen ter financiering van uitgaven van algemeen nut;


Besluit

Artikel 1.

Er wordt met ingang vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op verdeelapparaten van brandstoffen, bestemd voor gemotoriseerde voertuigen (m.n. auto's, motorfietsen en vrachtwagens) die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog bevinden indien deze toegankelijk zijn voor het publiek.

Art. 2.

De belasting bedraagt € 800,00 per brandstofslang, zijnde een leiding waarmee de brandstoffen uit het verdeelapparaat van brandstoffen naar het voertuig geleid worden.

Indien aan het verdeelapparaat van brandstoffen twee of meerdere brandstofslangen zijn ingebouwd, is de belasting respectievelijk twee of meerdere malen verschuldigd.

Art. 3.

De belasting is verschuldigd door de uitbater  van de verdeelapparaten van brandstoffen op 1 januari van het aanslagjaar.

Art. 4.

De belasting is ondeelbaar en voor gans het aanslagjaar verschuldigd.

Art. 5.

Zijn van de huidige belasting vrijgesteld:

  • de verdeelapparaten van brandstoffen die zich bevinden op een privéterrein (garage of een gelijksoortige plaats) en die van buitenaf noch zichtbaar, noch aangekondigd zijn en ook niet dienen voor de bevoorrading van langskomende voertuigen;

  • de verdeelapparaten van schone brandstoffen. In de zin van het huidige reglement verstaat men onder “schone brandstoffen” de brandstoffen die fossiele oliebronnen vervangen als energievoorziening voor het vervoer en kunnen bijdragen tot koolstofvrije energievoorziening, met name elektriciteit, waterstof en CNG.

Art. 6.

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 7.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 8.

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de aanslag van deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend worden ingediend. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Art. 9.

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

Art. 10.

De bekendmaking alsook de inwerkingtreding van deze verordening gebeurt respectievelijk en overeenkomstig artikels 285 t/m 288 van het decreet lokaal bestuur.